De Eendracht werd opgericht in 1816 door dhr. Jan Sikkens te Ezinge. Men moet zich niet afvragen hoe hij dit voor elkaar kreeg, want het waren zware tijden. In 1815 was namelijk de vulkaan de Tambora op het eiland Soembawa in de Indische Archipel uitgebarsten. Bij die uitbarsting verloren naar schatting 12.000 mensen direct het leven. Ookal was Indonesië ver weg, toch waren er op het noordelijk halfrond heftige effecten. De temperatuur was in 1816 ongeveer 3 graden lager dan normaal en het voorjaar en de zomer waren koud. Op veel plaatsen vroor en sneeuwde het nog in juni, juli en augustus. Veel oogsten gingen overal in Europa verloren. Op sommige plaatsen, zoals in Zwitserland, was de nood zó hoog dat men mos en katten at. Her en der braken op grote schaal ernstige voedselrellen uit, die tot in 1817 voortduurden. Er kwam een migrantenstroom naar Amerika op gang. Zo trokken bijvoorbeeld tienduizenden mensen uit Zuid-Duitsland naar Nederland, in de hoop daar een overtocht naar Amerika te kunnen krijgen. Amsterdam raakte overvol en de Nederlandse regering trachtte de Duitsers al bij de grens tegen te houden. Net zo tevergeefs als 123 jaar later.

